Aangezien de modelbaan op vier verschillende niveau’s is ontworpen, is het niet handig om met een vlakke plaat te beginnen met het opbouwen van de baan. Daarom heb ik er voor gekozen om een open frame te gebruiken voor de constructie.
Het frame bestaat uit 10cm hoge stukken berken multiplex van 9mm dik, dit zorgt voor een stevige basis. De lengte van 360cm is verdeeld in drie gelijke stukken van 120cm.
Voorbeeld van een houten kruisverbinding
Tussen twee latten van 120cm zitten vier van dezelfde latten van elk 138cm (en dus 10cm hoog en 9mm dik). Waar de latten elkaar kruisen, zijn ze beide half ingezaagd, zodat een kruisverbinding ontstaat, hier is bij het in elkaar schuiven ook houtlijm tussen gedaan.
Op de hoeken zijn de latten met elkaar verbonden met een vurenhouten balkje van ook 10cm hoog en 4x4cm dik, vastgelijmd aan elkaar met houtlijm en geschroefd met spaanplaatschroeven. Op 8 plekken is dit vurenhouten hoekbalkje 80cm lang, dat zijn de poten van de tafel. Hieronder zijn kleine zwenkwieltjes geschroeft, zodat de hele tafel verreden kan worden, zodat er makkelijk aan alle kanten aan de baan gewerkt kan worden.
Het begin van de baan: het basisraamwerk
De drie delen zijn aan elkaar gezet door schroeven met moeren en kunnen dus weer van elkaar afgehaald worden. De constructie is op deze manier erg stevig, als ik onder de baan aan het werk ben, kan ik me zonder problemen optrekken aan deze houten latten, zonder dat ze breken.
Het hout is gezaagd uit een grote plaat berken multiplex. Deze heb ik gekocht bij Pontmeyer, daar liggen deze platen vlak en zijn dus niet kromgetrokken. Bovendien hebben zij geholpen om alle stukken op maat te zagen, zo snel en strak krijg ik het zelf niet voor elkaar!
Seinen maken een modelbaan veel levendiger en gelukkig is voor de modelbaan met een Nederlands thema een fraai sein verkrijgbaar: de Digikeijs DR711. Ook deze is via schakeldecoder DR4018 te bedienen, al zit dat iets ingewikkelder in elkaar dan het bedienen van wissels. Gelukkig is op de site van Digikeijs een DR4018 toepassing handleiding te vinden waarin het wordt uitgelegd. Met 1 DR4018 decoder kunnen 4 seinen worden bediend.
Bedrading aansluiten
Sluit de Power ingang aan op de externe voeding
Sluit de Signal ingang aan op de track output van de DR5000
Sluit de zwart draad van de sein aan op de C-uitgang van OUT1
Sluit de rode draad aan op uitgang 1 (OUT1)
Sluit de gele draad aan op uitgang 2 (OUT1)
Sluit de groene draad aan op uitgang 3 (OUT2)
Voor het tweede sein komt de zwarte draad in de C van OUT3, de rode in uitgang 5, de gele in 6 en de groene in 7 (van OUT4), etc.
Programmeren
Digikeijs hoofdsein DR711 (rechts)
Het programmeren van de decoder kent wat extra stappen ten opzichte van het gebruik bij wissels. Gelukkig kent de DR4018 een aantal presets, waarmee de decoder door slechts 1 CV waarde te programmeren helemaal wordt ingesteld. In dit geval gebruiken we preset 7: 4 NS 3-lichtseinen (met cijferbak). Deze waarde “7” moet geprogrammeerd worden in CV47 en dat gaat als volgt:
Stel de MultiMaus in op Locadres 9999 (of maak een loc aan in de MultiMaus met dit adres, zodat deze makkelijk vaker gebruikt kan worden)
Ga met “Shift” + “Menu” naar de programmeermodus
Zet de MultiMaus in POM mode
Kies vervolgens voor het aanpassen van een CV
Kies CV-adres 47
Vul voor de waarde 7 in
Druk op de programmeerknop van de DR4018 (de rode LED gaat branden)
Druk op “OK” op de MultiMaus om de opdracht te versturen naar de DR4018
Druk nogmaals op de programmeerknop van de DR4018 om de programmeermodus te verlaten
Nu is de decoder ingesteld voor de 4 seinen. Programmeer nu, net als bij de wissels, een beginadres voor de decoder:
Zet de decoder in programmeerstand (rode LED gaat branden)
Selecteer de wisselbediening op de MultiMaus
Kies het juiste beginadres als te bedienen wisseladres op de MultiMaus
Schakel het wissel 1x
De LED op de DR4018 dooft
Let op! In preset 7 mode worden 16 DCC adressen gebruikt. Heeft deze decoder beginadres 17 gekregen, dan worden adres 17 t/m 32 gebruikt, houd er dan rekening mee dat een volgende decoder beginadres 33 krijgt.
Fade snelheid van de lampen
Het is mogelijk om de fade snelheid van de LEDs iets aan te passen, om een iets vertragend effect krijgen bij het aanpassen van het seinbeeld. Programmeer daarvoor CV111 met een hogere waarde dan de standaardwaarde 1 (bijvoorbeeld waarde 3).
Met de DR4018 schakeldecoder kunnen 8 wissels worden bediend. Door een externe voeding te gebruiken, bespaar je (kostbaar) vermogen van de digitale centrale.
Bedrading aansluiten
Om wissels te kunnen schakelen, dient de decoder als volgt te worden aangesloten:
Sluit de Power ingang aan op de externe voeding
Sluit de Signal ingang aan op de track output van de DR5000
Sluit de zwarte draad van de wisselaandrijving aan op de C-uitgang van OUT1
Sluit de bruine draden van de wisselaandrijving aan op respectievelijk uitgangen 1 (rechtdoor) en 2 (afbuigend) van OUT1.
Voor de tweede wissel komt de zwarte draad in de C van OUT2, de bruine draden in respectievelijk uitgang 3 en 4, etc.
De Fleischmann elektrische wisselaandrijving
Programmeren
Wissels worden bediend door het gewenste adres te selecteren en vervolgens te kiezen voor “rechtdoor” of “afbuigend”. Daartoe moet de decoder op het juiste beginadres worden ingesteld. Dit kan zonder de decoder van de track output van de centrale te halen.
In dit voorbeeld ga ik er van uit dat al 1 DR4018 is aangesloten voor het bedienen van 8 wissels, deze worden via adressen 1 t/m 8 geschakeld. Om meer wissels te kunnen bedienen, wordt een tweede DR4018 gebruikt en deze moet beginnen met adres 9.
Zet de op de centrale aangesloten MultiMaus in de wissel bedien stand
Kies adres 9
Druk eenmaal op de programmeerknop van de tweede DR4018, de rode LED gaat branden
Druk op de wisselbedienknop op de MultiMaus
De rode LED dooft, de decoder heeft nu beginadres 9
Er zijn 8 adressen beschikbaar, de wissels aangesloten op deze decoder hebben adres 9 t/m 16.
Om bijvoorbeeld wissels, seinen of een overweg digitaal te kunnen bedienen, is een schakeldecoder nodig. Deze ontvangt een opdracht vanuit de centrale en stuurt op zijn beurt een wisselaandrijving of een sein aan. In deze aansturing zit verschil: een wisselaandrijving heeft slecht een korte puls nodig, terwijl voor een groen sein continu spanning moet staan op de groene LED.
Ook hiervoor heb ik gekozen voor een schakeldecoder van Digikeijs: de DR4018, dat werkt natuurlijk prima samen met de DR5000 centrale. Er zijn twee ingangen: spanning (power) en het DCC signaal (signal). Hoewel de spanning van de DR5000 centrale gehaald kan worden, heb ik gekozen voor een externe voeding. Het omzetten van een wissel is snel gedaan, maar kost aardig wat vermogen in die korte tijd. Door een externe voeding te gebruiken, houdt de centrale voldoende vermogen over voor het laten rijden van de treinen en de verlichting in de wagons.
De DR4018 digitale schakeldecoder
De signal kant is aangesloten op de track output van de centrale, op die manier kan de centrale de opdrachten versturen aan de decoder.
Uitgangen
De DR4018 heeft 8 uitgangen (maximaal 16 aanstuurbare uitgangen). Afhankelijk van het gebruik en configuratie kunnen daarmee 16, 8 of 4 (of een mix daarvan) apparaten worden bediend. Zo kunnen er 16 lampen mee geschakeld worden, 8 wissels worden aangestuurd of 4 Nederlandse seinpalen mee bediend worden. Elke uitgang kent twee schakelbare uitgangen (-) en een gemeenschappelijke pool (C, + potentiaal).
Programmeren
Voordat de schakeldecoder gebruikt kan worden, moet deze worden geprogrammeerd. Standaard staat de DR4018 ingesteld op het gebruik voor het schakelen van (8) wissels. Zodra de decoder van het juiste beginadres is voorzien, kunnen de wissels met opeenvolgende adressen worden bestuurd.
Deze modelbaan is opgezet om volledig digitaal te rijden en dan is een digitale centrale onmisbaar. Deze zorgt voor een continue spanning op de modelbaan, het ontvangen van berichten vanuit terugmelders en het sturen van commando’s naar treinen, wissels en seinen. Via een aangesloten handheld controller zoals de Roco Multimaus of via software geinstalleerd op een gekoppelde PC kunnen opdrachten aan de centrale worden gestuurd.
Keuze voor de centrale
Door mijn nieuwe digitale start, was ik vrij om te kiezen wat het beste bij mij zou passen. Na wat zoekwerk op internet besloot ik voor een Loconet bus te gaan voor wat betreft de terugmeldingen. Verder hoefde de centrale niet veel bijzonders te kunnen, aangezien ik direct van plan was om via software de aansturing te doen. Mede op advies van Wentink in Arnhem kwam ik uit op de DR5000 van Digikeijs. Niet al te duur, maar wel een met vele mogelijkheden.
De Digikeijs DR5000 centrale
De DR5000 is een multi-bus DCC centrale met USB, LAN en Wifi aansluitingen. De USB aansluiting is handig om via te downloaden software van Digikeijs de centrale te configureren of de firmware bij te werken.
Verder kan via de XpressNet (XN + FB Bus) aansluiting een Roco MultiMaus worden aangesloten, wat toch makkelijk kan zijn om zonder PC treinen te besturen of CV’s te programmeren.
Voordat met de bouw is begonnen, heb ik een plan gemaakt van de modelbaan met behulp van Wintrack. De rails die daarbij gebruik wordt, is de Fleischmann Profi-rails.
Uitgangspunten
De baan zal min of meer Nederlands zijn, met enkele hoogteverschillen om wat meer dynamiek te krijgen. Een paradespoor biedt treinen de mogelijkheid om een stuk op volle snelheid voorbij te rijden. Een zo realistisch mogelijke baan met landschap is niet het meest belangrijke.
Eenrichtingsverkeer
Alle treinen rijden slechts één richting op, op een enkele rangeerbeweging van een pendeltrein na.
Boogstraal en wissels
Tegen het advies van sommige mensen in heb ik de krapste boogstraal (R1) binnen het Fleischmann profiel toegepast in het ontwerp. Aangezien Fleischmann treinen hier bij mij altijd zonder problemen doorheen hebben kunnen rijden, veel voorbeeldplannen van Fleischmann zelf ook deze straal gebruiken en het geheel toch binnen een beperkt beschikbare ruimte moet passen, heb ik daar voor gekozen.
Daarnaast heb ik ook driewegwissels en Engelse wissels gebruikt, ook dit wordt soms afgeraden, maar werkt in de praktijk prima.
Hellingen
De baan kent drie verschillende niveaus, de hellingen blijven allemaal binnen een stijging van maximaal 3%, ook erg belangrijk bij het gebruik van de R1 bogen. Boven elkaar liggende sporen houden wat hoogte betreft overal voldoende afstand van elkaar.
Afmetingen
De lengte van het ontwerp is 360cm, bij 140cm diep. Bij de bouw van de baan kan aan de voorkant en achterkant gewerkt worden, zodat de diepte van 140cm prima te doen is.
Het plan
Het baanplan kent grofweg vier stukken: een schaduwstation, een paradespoor, een station en een hoger gelegen gedeelte. Zoals gezegd kent de hele baan eenrichtingsverkeer, ik ga er even vanuit dat de rit van een trein start vanuit het schaduwstation.
Overzicht van het gehele baanplan
Schaduwstation
Om met meer treinen te kunnen rijden is op het laagste niveau een schaduwstation met vier sporen ontworpen. Vanuit hier rijdt een trein via een boog het schaduwstation uit, stijgend richting het paradespoor dat 5cm hoger ligt.
Paradespoor
Het paradespoor loopt over de gehele breedte van de baan waardoor treinen door op volle snelheid een tijdje te volgen zijn. De trein komt rechts tevoorschijn uit de tunnel vanuit het schaduwstation en duikt links in de tunnel richting het station.
Schaduwstation met vier sporen en het paradespoor
Station
De tunnel na het paradespoor buigt af naar rechts en gaat aan de achterkant van de baan verder omhoog richting het niveau van het station, dat 15cm hoger ligt ten opzichte van het paradespoor (en 20cm boven het schaduwstation). Vlak voor het station komt de trein tevoorschijn uit de tunnel, onder het spoor van het hoogste niveau en rijdt spoor 1 of 2 van het station binnen. Spoor 3, 4 en 5 worden gebruikt door treinen die terugkeren van het rondje op het hoogste niveau. Vanaf spoor 4 en 5 kunnen pendeltreinen rangeren naar één van de vier opstelsporen.
Het station met vijf sporen en vier opstelsporen
Verhoogd spoor
Aan de linkerkant wordt het station weer uitgereden en wordt een klein stukje verder geklommen en volgt na een enkelspoor een dubbelspoor waar treinen elkaar kunnen passeren. Dit dubbelspoor kruist het spoor van het niveau eronder (het spoor ligt hier 9cm hoger) en gaat met een bocht naar de achterkant van de baan, om daar weer te dalen en met een bocht naar links opnieuw uit te komen bij het station, op spoor 3, 4 of 5. De tunnels op de afbeelding hieronder zitten niet meer in het uiteindelijke plan.
Het hoger gelegen gedeelte, de tunnels (lichtgroen) vervallen
Terug naar start
3D-weergave van de baan
Een trein heeft nu het eerste deel van de rit uitgevoerd en zal terugkeren naar het schaduwstation. Het station wordt rechts verlaten, onder de sporen door de tunnel in, dalend naar het paradespoor en verder dalend naar het schaduwstation.
Recente reacties