Alles over de opbouw van een modelspoorbaan

Categorie: Digitaal

Wisselpolarisatie

De juiste spanning die het puntstuk van een wissel nodig heeft, is afhankelijk van de ingestelde rijrichting. Staat een linkse wissel op rechtdoor ingesteld, dan gaan de linkerwielen van een trein over het puntstuk. Wordt de rijweg op links ingesteld, dan gaan de rechter wielen over het puntstuk. Bij Fleischmann Profi-rails is dit puntstuk geïsoleerd en wordt daarmee het probleem omzeilt. Dit heeft echter ook tot gevolg dat op dat punt een loc niet van stroom wordt voorzien, zeker bij lage snelheden een kans op daar stil te vallen.

PECO Electrofrog
PECO Electrofrog

Peco kent drie typen wissels: Insulfrog (geïsoleerd puntstuk), Electrofrog (gepolariseerd puntstuk) en de Unifrog (combinatie van die twee). Voor digitaal gebruik zijn er echter wel aanpassingen nodig bij de Electrofrog variant, zie https://dccwiki.com/PECO_Electrofrog#PECO_Electrofrog_-_Modifications_for_DCC.

De keuze hangt er vooral vanaf hoeveel problemen het geïsoleerde puntstuk geven, als er geen treinen blijven stilstaan, ook niet met lage snelheid, is er niet veel reden de wissels te polariseren.

Met de MTB MP4 wisselmotor is het bijvoorbeeld mogelijk om een wissel natuurgetrouw om te leggen én heeft een aansluiting die gebruikt kan worden voor polarisatie.

Terugmelders gebruiken

De baan wordt volledig automatisch bestuurd en hiervoor kunnen terugmelders worden gebruikt. Met een terugmeldmodule wordt aan de digitale centrale doorgegeven of er iets op de baan staat wat stroom afneemt (meestal een loc, maar het kan ook een rijtuig met verlichting zijn). De software, aangesloten op deze centrale, weet dan op welke plekken van de baan iets staat. Rijtuigen of goederenwagens zonder verlichting/stroomafname worden op deze manier dus niet gedetecteerd.

Het totale spoor van de modelbaan is opgedeeld in 23 blokken:

  • 5 sporen op het hoofdstation
  • 4 sporen in het schaduwstation
  • 2 sporen op het bovenste gedeelte
  • 5 opstelsporen
  • 7 tussenliggende trajecten

Ieder blok wordt opgedeeld in 2 en soms 3 secties:

  • enter – trein rijdt het blok binnen
  • in – trein bereikt de stopplek van het blok
  • pre-2-in – stopplek voor kortere treinen
Rail met isolator

Blokken zijn volledig geïsoleerd van elkaar, aan het begin en aan het eind van het blok zijn dus beide rails met een plastic rail-isolator gescheiden van het volgende blok. De secties binnen een blok worden gemaakt door bij 1 rail de isolator te plaatsen.

Digikeijs 5088RC terugmeldmodule

Al deze gescheiden gedeelten krijgen de stroom niet direct vanuit de centrale, maar deze worden gevoed via de terugmelders. Ik koos voor twee type terugmelders, de Digikeijs 4088LN en de Digikeijs 5088RC. Beide worden via Loconet aangesloten op de centrale. De 5088RC is wat duurder, maar deze heeft een extra functionaliteit: Railcom terugmelding. Daarmee wordt het adres van de gedetecteerde loc ook teruggegeven aan de centrale.

Op deze manier worden in mijn modelbaan 56 secties gemonitord door deze terugmelders en dat is weer zichtbaar in Rocrail. Naast de enter, pre2in en in terugmelders, zijn er ook een aantal voor de wisselstraten. Deze laatste worden gebruikt in Routes, zodat een Route niet kan worden vrijgegeven als de wisselstraatsensor een bezetmelding geeft. Normaal gesproken horen wissels geen onderdeel te zijn van blokken.

Nederlands hoofdsein

Seinen maken een modelbaan veel levendiger en gelukkig is voor de modelbaan met een Nederlands thema een fraai sein verkrijgbaar: de Digikeijs DR711. Ook deze is via schakeldecoder DR4018 te bedienen, al zit dat iets ingewikkelder in elkaar dan het bedienen van wissels. Gelukkig is op de site van Digikeijs een DR4018 toepassing handleiding te vinden waarin het wordt uitgelegd. Met 1 DR4018 decoder kunnen 4 seinen worden bediend.

Bedrading aansluiten

  • Sluit de Power ingang aan op de externe voeding
  • Sluit de Signal ingang aan op de track output van de DR5000
  • Sluit de zwart draad van de sein aan op de C-uitgang van OUT1
  • Sluit de rode draad aan op uitgang 1 (OUT1)
  • Sluit de gele draad aan op uitgang 2 (OUT1)
  • Sluit de groene draad aan op uitgang 3 (OUT2)
  • Voor het tweede sein komt de zwarte draad in de C van OUT3, de rode in uitgang 5, de gele in 6 en de groene in 7 (van OUT4), etc.

Programmeren

Digikeijs hoofdsein DR711 (rechts)

Het programmeren van de decoder kent wat extra stappen ten opzichte van het gebruik bij wissels. Gelukkig kent de DR4018 een aantal presets, waarmee de decoder door slechts 1 CV waarde te programmeren helemaal wordt ingesteld. In dit geval gebruiken we preset 7: 4 NS 3-lichtseinen (met cijferbak). Deze waarde “7” moet geprogrammeerd worden in CV47 en dat gaat als volgt:

  • Stel de MultiMaus in op Locadres 9999 (of maak een loc aan in de MultiMaus met dit adres, zodat deze makkelijk vaker gebruikt kan worden)
  • Ga met “Shift” + “Menu” naar de programmeermodus
  • Zet de MultiMaus in POM mode
  • Kies vervolgens voor het aanpassen van een CV
  • Kies CV-adres 47
  • Vul voor de waarde 7 in
  • Druk op de programmeerknop van de DR4018 (de rode LED gaat branden)
  • Druk op “OK” op de MultiMaus om de opdracht te versturen naar de DR4018
  • Druk nogmaals op de programmeerknop van de DR4018 om de programmeermodus te verlaten

Nu is de decoder ingesteld voor de 4 seinen. Programmeer nu, net als bij de wissels, een beginadres voor de decoder:

  • Zet de decoder in programmeerstand (rode LED gaat branden)
  • Selecteer de wisselbediening op de MultiMaus
  • Kies het juiste beginadres als te bedienen wisseladres op de MultiMaus
  • Schakel het wissel 1x
  • De LED op de DR4018 dooft

Let op! In preset 7 mode worden 16 DCC adressen gebruikt. Heeft deze decoder beginadres 17 gekregen, dan worden adres 17 t/m 32 gebruikt, houd er dan rekening mee dat een volgende decoder beginadres 33 krijgt.

Fade snelheid van de lampen

Het is mogelijk om de fade snelheid van de LEDs iets aan te passen, om een iets vertragend effect krijgen bij het aanpassen van het seinbeeld. Programmeer daarvoor CV111 met een hogere waarde dan de standaardwaarde 1 (bijvoorbeeld waarde 3).

Wissels bedienen met de DR4018

Met de DR4018 schakeldecoder kunnen 8 wissels worden bediend. Door een externe voeding te gebruiken, bespaar je (kostbaar) vermogen van de digitale centrale.

Bedrading aansluiten

Om wissels te kunnen schakelen, dient de decoder als volgt te worden aangesloten:

  • Sluit de Power ingang aan op de externe voeding
  • Sluit de Signal ingang aan op de track output van de DR5000
  • Sluit de zwarte draad van de wisselaandrijving aan op de C-uitgang van OUT1
  • Sluit de bruine draden van de wisselaandrijving aan op respectievelijk uitgangen 1 (rechtdoor) en 2 (afbuigend) van OUT1.
  • Voor de tweede wissel komt de zwarte draad in de C van OUT2, de bruine draden in respectievelijk uitgang 3 en 4, etc.
De Fleischmann elektrische wisselaandrijving

Programmeren

Wissels worden bediend door het gewenste adres te selecteren en vervolgens te kiezen voor “rechtdoor” of “afbuigend”. Daartoe moet de decoder op het juiste beginadres worden ingesteld. Dit kan zonder de decoder van de track output van de centrale te halen.

In dit voorbeeld ga ik er van uit dat al 1 DR4018 is aangesloten voor het bedienen van 8 wissels, deze worden via adressen 1 t/m 8 geschakeld. Om meer wissels te kunnen bedienen, wordt een tweede DR4018 gebruikt en deze moet beginnen met adres 9.

  • Zet de op de centrale aangesloten MultiMaus in de wissel bedien stand
  • Kies adres 9
  • Druk eenmaal op de programmeerknop van de tweede DR4018, de rode LED gaat branden
  • Druk op de wisselbedienknop op de MultiMaus
  • De rode LED dooft, de decoder heeft nu beginadres 9

Er zijn 8 adressen beschikbaar, de wissels aangesloten op deze decoder hebben adres 9 t/m 16.

Schakeldecoders

Om bijvoorbeeld wissels, seinen of een overweg digitaal te kunnen bedienen, is een schakeldecoder nodig. Deze ontvangt een opdracht vanuit de centrale en stuurt op zijn beurt een wisselaandrijving of een sein aan. In deze aansturing zit verschil: een wisselaandrijving heeft slecht een korte puls nodig, terwijl voor een groen sein continu spanning moet staan op de groene LED.

Ook hiervoor heb ik gekozen voor een schakeldecoder van Digikeijs: de DR4018, dat werkt natuurlijk prima samen met de DR5000 centrale. Er zijn twee ingangen: spanning (power) en het DCC signaal (signal). Hoewel de spanning van de DR5000 centrale gehaald kan worden, heb ik gekozen voor een externe voeding. Het omzetten van een wissel is snel gedaan, maar kost aardig wat vermogen in die korte tijd. Door een externe voeding te gebruiken, houdt de centrale voldoende vermogen over voor het laten rijden van de treinen en de verlichting in de wagons.

De DR4018 digitale schakeldecoder

De signal kant is aangesloten op de track output van de centrale, op die manier kan de centrale de opdrachten versturen aan de decoder.

Uitgangen

De DR4018 heeft 8 uitgangen (maximaal 16 aanstuurbare uitgangen). Afhankelijk van het gebruik en configuratie kunnen daarmee 16, 8 of 4 (of een mix daarvan) apparaten worden bediend. Zo kunnen er 16 lampen mee geschakeld worden, 8 wissels worden aangestuurd of 4 Nederlandse seinpalen mee bediend worden. Elke uitgang kent twee schakelbare uitgangen (-) en een gemeenschappelijke pool (C, + potentiaal).

Programmeren

Voordat de schakeldecoder gebruikt kan worden, moet deze worden geprogrammeerd. Standaard staat de DR4018 ingesteld op het gebruik voor het schakelen van (8) wissels. Zodra de decoder van het juiste beginadres is voorzien, kunnen de wissels met opeenvolgende adressen worden bestuurd.

Digitale centrale

Deze modelbaan is opgezet om volledig digitaal te rijden en dan is een digitale centrale onmisbaar. Deze zorgt voor een continue spanning op de modelbaan, het ontvangen van berichten vanuit terugmelders en het sturen van commando’s naar treinen, wissels en seinen. Via een aangesloten handheld controller zoals de Roco Multimaus of via software geinstalleerd op een gekoppelde PC kunnen opdrachten aan de centrale worden gestuurd.

Keuze voor de centrale

Door mijn nieuwe digitale start, was ik vrij om te kiezen wat het beste bij mij zou passen. Na wat zoekwerk op internet besloot ik voor een Loconet bus te gaan voor wat betreft de terugmeldingen. Verder hoefde de centrale niet veel bijzonders te kunnen, aangezien ik direct van plan was om via software de aansturing te doen. Mede op advies van Wentink in Arnhem kwam ik uit op de DR5000 van Digikeijs. Niet al te duur, maar wel een met vele mogelijkheden.

De Digikeijs DR5000 centrale

De DR5000 is een multi-bus DCC centrale met USB, LAN en Wifi aansluitingen. De USB aansluiting is handig om via te downloaden software van Digikeijs de centrale te configureren of de firmware bij te werken.

Verder kan via de XpressNet (XN + FB Bus) aansluiting een Roco MultiMaus worden aangesloten, wat toch makkelijk kan zijn om zonder PC treinen te besturen of CV’s te programmeren.

© 2026 Orientis Modelspoor

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑