Deze modelbaan is opgezet om volledig digitaal te rijden en dan is een digitale centrale onmisbaar. Deze zorgt voor een continue spanning op de modelbaan, het ontvangen van berichten vanuit terugmelders en het sturen van commando’s naar treinen, wissels en seinen. Via een aangesloten handheld controller zoals de Roco Multimaus of via software geinstalleerd op een gekoppelde PC kunnen opdrachten aan de centrale worden gestuurd.
Keuze voor de centrale
Door mijn nieuwe digitale start, was ik vrij om te kiezen wat het beste bij mij zou passen. Na wat zoekwerk op internet besloot ik voor een Loconet bus te gaan voor wat betreft de terugmeldingen. Verder hoefde de centrale niet veel bijzonders te kunnen, aangezien ik direct van plan was om via software de aansturing te doen. Mede op advies van Wentink in Arnhem kwam ik uit op de DR5000 van Digikeijs. Niet al te duur, maar wel een met vele mogelijkheden.
De Digikeijs DR5000 centrale
De DR5000 is een multi-bus DCC centrale met USB, LAN en Wifi aansluitingen. De USB aansluiting is handig om via te downloaden software van Digikeijs de centrale te configureren of de firmware bij te werken.
Verder kan via de XpressNet (XN + FB Bus) aansluiting een Roco MultiMaus worden aangesloten, wat toch makkelijk kan zijn om zonder PC treinen te besturen of CV’s te programmeren.
Voordat met de bouw is begonnen, heb ik een plan gemaakt van de modelbaan met behulp van Wintrack. De rails die daarbij gebruik wordt, is de Fleischmann Profi-rails.
Uitgangspunten
De baan zal min of meer Nederlands zijn, met enkele hoogteverschillen om wat meer dynamiek te krijgen. Een paradespoor biedt treinen de mogelijkheid om een stuk op volle snelheid voorbij te rijden. Een zo realistisch mogelijke baan met landschap is niet het meest belangrijke.
Eenrichtingsverkeer
Alle treinen rijden slechts één richting op, op een enkele rangeerbeweging van een pendeltrein na.
Boogstraal en wissels
Tegen het advies van sommige mensen in heb ik de krapste boogstraal (R1) binnen het Fleischmann profiel toegepast in het ontwerp. Aangezien Fleischmann treinen hier bij mij altijd zonder problemen doorheen hebben kunnen rijden, veel voorbeeldplannen van Fleischmann zelf ook deze straal gebruiken en het geheel toch binnen een beperkt beschikbare ruimte moet passen, heb ik daar voor gekozen.
Daarnaast heb ik ook driewegwissels en Engelse wissels gebruikt, ook dit wordt soms afgeraden, maar werkt in de praktijk prima.
Hellingen
De baan kent drie verschillende niveaus, de hellingen blijven allemaal binnen een stijging van maximaal 3%, ook erg belangrijk bij het gebruik van de R1 bogen. Boven elkaar liggende sporen houden wat hoogte betreft overal voldoende afstand van elkaar.
Afmetingen
De lengte van het ontwerp is 360cm, bij 140cm diep. Bij de bouw van de baan kan aan de voorkant en achterkant gewerkt worden, zodat de diepte van 140cm prima te doen is.
Het plan
Het baanplan kent grofweg vier stukken: een schaduwstation, een paradespoor, een station en een hoger gelegen gedeelte. Zoals gezegd kent de hele baan eenrichtingsverkeer, ik ga er even vanuit dat de rit van een trein start vanuit het schaduwstation.
Overzicht van het gehele baanplan
Schaduwstation
Om met meer treinen te kunnen rijden is op het laagste niveau een schaduwstation met vier sporen ontworpen. Vanuit hier rijdt een trein via een boog het schaduwstation uit, stijgend richting het paradespoor dat 5cm hoger ligt.
Paradespoor
Het paradespoor loopt over de gehele breedte van de baan waardoor treinen door op volle snelheid een tijdje te volgen zijn. De trein komt rechts tevoorschijn uit de tunnel vanuit het schaduwstation en duikt links in de tunnel richting het station.
Schaduwstation met vier sporen en het paradespoor
Station
De tunnel na het paradespoor buigt af naar rechts en gaat aan de achterkant van de baan verder omhoog richting het niveau van het station, dat 15cm hoger ligt ten opzichte van het paradespoor (en 20cm boven het schaduwstation). Vlak voor het station komt de trein tevoorschijn uit de tunnel, onder het spoor van het hoogste niveau en rijdt spoor 1 of 2 van het station binnen. Spoor 3, 4 en 5 worden gebruikt door treinen die terugkeren van het rondje op het hoogste niveau. Vanaf spoor 4 en 5 kunnen pendeltreinen rangeren naar één van de vier opstelsporen.
Het station met vijf sporen en vier opstelsporen
Verhoogd spoor
Aan de linkerkant wordt het station weer uitgereden en wordt een klein stukje verder geklommen en volgt na een enkelspoor een dubbelspoor waar treinen elkaar kunnen passeren. Dit dubbelspoor kruist het spoor van het niveau eronder (het spoor ligt hier 9cm hoger) en gaat met een bocht naar de achterkant van de baan, om daar weer te dalen en met een bocht naar links opnieuw uit te komen bij het station, op spoor 3, 4 of 5. De tunnels op de afbeelding hieronder zitten niet meer in het uiteindelijke plan.
Het hoger gelegen gedeelte, de tunnels (lichtgroen) vervallen
Terug naar start
3D-weergave van de baan
Een trein heeft nu het eerste deel van de rit uitgevoerd en zal terugkeren naar het schaduwstation. Het station wordt rechts verlaten, onder de sporen door de tunnel in, dalend naar het paradespoor en verder dalend naar het schaduwstation.
Recente reacties